De Hoge Bank van Deil | 1461 - 1525

Overzicht van 16 actes. (Veel teksten moeten en zullen nog nagezien worden.)

24-07-1462. Schepenen: Jan van Weerdenberch en Ghijsbert van Haeften van Reynoie
Wij Jan van Weerdenberch ende Ghijsbert van Haeften van Reynoie scepen in Deyl tugen dat voir ons comen is Adryaen van Balveren ende heeft vercoft ende opgedragen voir driehondert gouden gulden genge ende geve die hy giede dat hem betaelt sijn een huys ende hofstat met allen sijnre tymmeringe potinge ende toebehoeren met sesse mergen lants also groot ende also cleyn als sy gelegen sijn in den gericht van Wadenoyen tuschen dat cloester van Zenwynen aen die een syde ende Jacob Becke aen die ander syde streckende metten enen eynde op die gemeyn stege ende metten anderen eynde aen den Hemertschen grave heren Dirick van den Grave priester proest to Zenwynen tot behoeff der pryorynnen ende gemeyns convents des cloesters to Zenwynen voirscr. in enen eygendom sonder thijns ende sonder dijck erfeliken te besitten. Ende Adryaen van Balveren voirscr. verteech op dit lant ende guet voirscr. ende geloefde daer op doin te vertyen allen dieghene die daer met recht op vertyen sollen ende geloefde oeck te waren heren Dirick van den Grave priester proest tot behoeff der pryorynnen ende gemeyns convents des cloesters van Zenwynen voirscr. dit lant ende guet voirscr. jair ende dach als recht is van allen dieghene die ten recht comen willen ende alle voirplicht aff te doin van denselven. Hyervan so is Otte van Haeften van Reynoie barge. In orconde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vierhondert twe ende tsestich op sente Jacopsavont des heyligenapostels. (in dorso) nr. 159 Wadenoyen
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 164 (pag. 254)
1465. Vonnis van schepenen van Deil tussen Walraven van Haeften, als pachter van 's kapittels tienden ten Malsen, Deil, Rumt en Gellikun, en Jan van Arkel c.s., houdend dat onder die tienden ook raaptienden begrepen zijn.
Omvang: 1 charter
Bron: Kapittel van Sint Marie, inv. 869
14-11-1469. Schepenen: Claes van Haeften van Reynore en Werner van Beesd [1]
Wij Claes van Haeften van Reynore ende Werner van Beesd [1] scepen in Deyl tugen dat Meerten van Hove heeft geloeft heeren Jacop pastoer der kercken van Zenwijnen tot behoeff der pryoerinnen ende gemeyns convents der jonckfrouwen van Zenwijnen thijns vijff ende twintich witte hollansche bourgonsche stuvers genge ende geve off ander guet payment daervoir in geliker werden alle jaer eweliken op Sente Martensdach in den wynter te betalen ende te boeren uyt drye mergen lants gelegen in den gericht van Wadenoyen op die Herucht tuschen erfgenamen Bertholomeeus van Ecke aen die oeverste zijde ende die papelike provend ten Waeyenoyen aen die nederste zijde streckende metten eenen eynde op die weteringhe ende metten anderen eynd aen den Tyelwech welck thijns voirscr. weert sake dat hij alle jair eweliken opt en voirscr. termijn der betalingen nyet betaelt en were dan soe sall daer alle dagen daernae comende een peen van eenen vlemschen cleyken gever penningen opten voirscr. thijns wassen en de ghaen welck peen tegader metten thijns voirscr. die joncfrouwen van Zenwijnen voirscr. uyten voirscr. lande verhalen sollen ende mogen wanneer sij nyet langer beyden en wlllen. Ende Meerten van Hove voirscr. heeft geloeft heren Jacop tot behoeff der pryerinnen ende gemeyns convents der jonckfrouwen van Zenwijnen voirscr. den thijns voirscr. ten ewygen daghen te waren voor allen dieghene die ten recht comen willen uyten lande voirscr. Voert soe sint vorwaerden dat die joncfrouwen van Zenwijnen voirscr. van den thijns voirscr. jaerlicx uutreycken sullen een pont wasse daer men in der kercken van Zenwijnen op sheylichs Cruys altaer bernen ende misse mede doen salle. In oirconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heeren dusent vierhondert negen ende tzestich opten veertienden dach der maendt van november. Daccoirdt van de copie mette originale brieven verifficere ick ondergescreven oipenbaer geauctoriseert notaris tsHertogenbossche residerende G. Ruys (in dorso) nr. 46 (van de kopieen)
1. Wemmer?
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 267 (pag. 264)
1476. Vonnis van het gerecht van Deil in het proces tussen het kapittel en Bartel Bacx ener- en Jan Balckenss, c.s. anderzijds over tiend te Malsen.
Omvang: 1 charter.
Bron: Kapittel van Sint Marie, inv. 883
06-11-1483. Schepenen: Gysbert van Haefften, Arnt Pieck Hormenssen, Johan van Hemert, Henrick van Tuyll, Jan die Rover, Wouter van Overrijn, Gherit Arntssen en Ysbaut Herdenssen
Wy Gysbert van Haefften Arnt Pieck Hormenssen Johan van Hemert Henrick van Tuyll Jan die Rover Wouter van Overrijn Gherit Arntssen ende Ysbaut Herdenssen scepen in Deyll wysen myt gevollichder medescepen van Tuyll dat voir ons comen is dair wy mitten gesworen richter ons gnedigen heren des hertogen van Oestenrijck ende van Gelre in Tielreweert in der dingebancken tot Deyll te gedinge geseten waren Ot Lottemssen als momber der joffrau Steven van Rutenborch als reyntmeysters der joncfrouwen van Zendwenden ende son ende bad den gesworen richter voirscr. dat hij ons scepenen voirscr. des vonnisse vermanen soud van der toespraeck Ot Lottemssen als momber voirscr. op Zander van Tuyll ruerende van eenre tyende gelegen in den gericht van Drompt die sij rustelick ende vredelick een lange tijt van jaren beseten hebben na uytwysinge hoer scepenre brieff wairaff wy scepenen voirscr. mit enen goeden beraedt tevoerens gehadt hebben na vragen des gesworen richters voirscr. eendrechtelick gewijst hebben na kond ende wairheyt scepenbrieff ende betoen die wy dairaff gesien hebben die joncfrouwen van Zenwedden in hoir besit dat sij hoir tyend halden sullen ter tijt toe dat wy beter betoen off brieff syen dan wy noch gesien hebben. Ende so hem die joncfrouwen aensprecken van scade so wysen Ivy hem dairaff tot sijner bancken. In orkonde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vierhondert drie ende tachtentich des donredages na Sunte Hubertsdach. (in dorso) nr. 177. Dat vonnysse van Sander van Tuill van die tienden op Drompt
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 273 (Pag. 275)
15-06-1486. Schepenen: Henrick van Tuyl en Jacop Arntssen
Wij Henrick van Tuyl ende Jacop Arntssen scepen in Deyll tugen dat voir ons comen is Marten Haeffkennssen ende heeft geloefft Dirck Vonck tot behoeff der kosterijen tot Zendwijnen om Gods willen voir die zyell Diercks van Weerdenborch sijnre huysvrou ende sijn kynder thijns enen rijnssche gulden twyntich stuver voir den gulden gerekent genge ende geve off guet ander payment daervoir in gheliker weerden op Sinte-Jansdach te midsomer naestcomende over een jaer ende dairnae alle jair eweliken thijns enen rijnse gulden off payment daervoir als voirscr. is op Sinte-Jansdach te midsomer daernaest comende te betalen ende te boeren uyt enen mergen lants gelegen in den gericht van Wadenoy aen die een sijde naest gelegen die kerck tot Wadenoy ende aen die ander zijde naestgelegen Bartholomeeus van Eck off wye dair myt recht naestgelegen zijn. Ende Merten Hoeffkenssen voirscr. heeft geloefft Dierck Vonck tot behaeff der kosterien tot Zendwijnen voirscr. desen thijns voirscr. ten ewigen daigen te waren voor alle diengene die ten techt comen willen uytten lande voirscr. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heeren dusent vierhondert ses ende tachtentich des donredages nae Sunte-Odulphusdach confessoirs.
Deze copie accordeert mette originale brieven, quod attestor. G. Ruys (in dorso) Nr. 45 (van de kopieen)
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 266 (Pag. 281)
28-11-1499. Eigendomsbewijs voor Brant Gererbrants de jonge van de 2 1/2 morgen land van Jan van Vuern gelegen in het gericht van Gelchym, afkomstig van Cornelis Geritse. Met de akte van imaginaire verkoop van dit perceel aan Cornelis Gheritss. na een procedure wegens een schuldvordering van de erven van Brant Gererbrants op Jan van Vuern.
Wij Henrick van Brienen ende Stees Woutersz scepen in Deijl tugen dat voir ons comen is die gesworen bode ons heren van Gelre ...
... dat hij gemaent heeft van wegen Brant Gererbrantsz erfgenamen Jans van Vuern van waerscappen?...
.... Dit gesciede int jair ons
heren dusent vierhondert negen ende tnegentich des donredachs na sunte Katharinen dach [28-11-1499]. Daer na wij Claes Pieck
ende Floris van Tuil scepen in Deijl tugen dat voer ons comen is die gesworen bode voirsz ...
.... inder kercken van Romd alle .... erfgenamen Jans
van Vuern voersz inden gericht van Romd gelegen dat dat te vercopen were voer tgebrecke van der geloeften van der
waerscapen overmits Brant Gerebrantsz voersz ...
.... Cornelis Geritsz te hebben ende te besitten ...
... Int jair ons heren dusent viffhondert des donredachs
....
Bron: Familie Van Tuyll van Bulckestein , inv. 64-1
1500. Eigendomsbewijs voor Brant Gererbrants de jonge van de 2 1/2 morgen land van Jan van Vuern gelegen in het gericht van Gelchym, afkomstig van Cornelis Geritse. Met de akte van imaginaire verkoop van dit perceel aan Cornelis Gheritss. na een procedure wegens een schuldvordering van de erven van Brant Gererbrants op Jan van Vuern.
Wij Henrick van Brienen ende Stees Woutersz scepen in Deijl tugen dat voir ons comen is die gesworen bode ons heren van Gelre ...
... dat hij gemaent heeft van wegen Brant Gererbrantsz erfgenamen Jans van Vuern van waerscappen?...
.... Dit gesciede int jair ons
heren dusent vierhondert negen ende tnegentich des donredachs na sunte Katharinen dach [28-11-1499]. Daer na wij Claes Pieck
ende Floris van Tuil scepen in Deijl tugen dat voer ons comen is die gesworen bode voirsz ...
.... inder kercken van Romd alle .... erfgenamen Jans
van Vuern voersz inden gericht van Romd gelegen dat dat te vercopen were voer tgebrecke van der geloeften van der
waerscapen overmits Brant Gerebrantsz voersz ...
.... Cornelis Geritsz te hebben ende te besitten ...
... Int jair ons heren dusent viffhondert des donredachs
....
Bron: Familie Van Tuyll van Bulckestein , inv. 64-1
1500. Eigendomsbewijs voor Brant Gererbrants de jonge van de 2 1/2 morgen land van Jan van Vuern gelegen in het gericht van Gelchym, afkomstig van Cornelis Geritse. Met de akte van imaginaire verkoop van dit perceel aan Cornelis Gheritss. na een procedure wegens een schuldvordering van de erven van Brant Gererbrants op Jan van Vuern.
Wij Claes Pieck ende Floris van Tuil scepen in Deijl tugen dat voer ons comen is Cornelis Geritsz ende heeft vercoeft ...
den brieff daer desen tegenwoerdigen brieff
doerstecken is ...
... Brant Geerebrantsz die jongh erflicken the besitten ...
.... Int jair ons heren dusent viffhondert des vriedachs
....
Bron: Familie Van Tuyll van Bulckestein , inv. 64-2
26-11-1500. Schepenen: Frederick van Hemert en Hermen van Steenhus
Wij Frederick van Hemert ind Hermen van Steenhus scepen in Deyl tugen dat voer ons comen is Alaert Jansoin ende heeft vercoeft ind opgedragen voer twehondert pont gever penningen die hij giede dat hem betaelt sijn ses mergen lands gelegen in den gericht van Malssen geheiten die Hemersche Hoefstat tuscen Willem Fallikensoen aen die een sijde ind Cornelis Diricksoen aen die ander sijde off wie met recht daernast lantgelegen sijn Willem Fallikensen in enen eygendom sonder tijns uytgenomen den tijns die die joncfrouwen van Zenwijnen daeruyt hebben ind met vierdalleff roy dickx gelegen tegen Jan Raets goet boven nast gedickt Mechtelt Lamers met negen royen ind beneden Bartholomeus van Eck? sestalleff roy dickxs erflicken the hebben ind te besitten. Ind Alaert Jansen voirscr. vertech op dit vercoifte lant voirscr. ind geloefden daerop doen the vertijen alle diegene die daer met recht op vertijen sullen. Hij geloefde ock Willem Fallikensoen vurscr. dit vercoefte lant voerscr. the waren jair ind dach als recht is tegen alle diegene die ten recht comen willen ind alle voerplicht aff te doen van denselven. In oerconde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vifhondert des donredachs na Sunte-Katherinendach maghet.
(in dorso) nr. 148
Willem Fallikensen
Malsen den Hemertsen hofstat
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 180 (Pag. 288)
1509. Akte waarbij heer Dirck van der Heyen, priester en biechtvader van het jofferenconvent van St. Ceciliën binnen Tiel, en zuster Katherijn van den Pol, procuratrice van dit convent, namens het klooster ten behoeve van Ghijsbert van Tuyl afstand doen van alle goederen in het gericht van Deyl, die Dircken van Tuyl, hun medejoffer, geërfd heeft van haar moeder Otten, wijlen de vrouw van Willem van Tuyl, en door het overlijden van Willem van Tuyl, haar vader, erven zal.
In dorso o.a. "den verthychbryef van mijn suster int cloester"
Wij Floris van Tuijl ende Willem Boeninge scepen in Deijl tugen dat voir ons comen
sijn heren Dirck vander Heijen priester als pater ende confessoer des cloesters ende ge...
convents der Jofferen van Sunte Cecilien bynnen Tiel van sunte Augustijns oerd[e]
ende suster Katherijn vanden Pol procuraester des selven cloesters ende convents voirsz
met horen gecoren momber als volmechtich des cloesters ende convents voirsz ende
hebben inden name ende van wegen der priorissen metten gemeijnen jofferen des cloes-
ters ende convents voirsz vertegen op alle erffenissen thijnsen ende goederen rede ende on-
rede ruerende ende onruerende als der priorinnen ende gemeijnen jofferen des cloes-
ters ende convents voirsz van wegen joffer Dircken van Tuijl hoire? professide mede
joffer overmits dode joffer Otten wilneer echte huijsfrou was Willems van Tuijl
joffer Dircken moeder voirtsz aen bestorven is ende na dode Willems van Tuijl joffer
Dircken vader met recht aenbesterven mach inder eningen van Deijl gelegen tot
behoeff Ghijsbert van Tuijll erffeliken te hebben ende te besitten. ...
... Int jair ons heren dusent vijfhondert ende negen des vridages na der heijligen
....
Bron: Familie Van Tuyll van Bulckestein , inv. 36
06-01-1516. Akte waarbij Willem van Tuyl verklaart dat hij in 1468 van heer Wouter, pastoor van Hellu, met toestemming van Ot van Asperen en van Vueren, collator van de kerk aldaar, een stuk uiterwaard in het gericht van Hellu behorende tot de pasteurspreuve van Hellu, in erftins genomen en dit later uit een dijkgifte te Hellu gekocht heeft.
Wij Floris van Tuijl ende Willem Woutersz scepen in Deijl tugen dat voir ons comen is Willem van Tuijl
ende heeft getuijcht op sijn uterste hevevaert? als dat hi inden jair ons heren dusent vierhondert ende
acht ende tsestich vererfftijnst heeft vanden pastoer van Hellu geheijten heren Wouter in bij wesen
belieffenis ende toedoen des collatoers der selver kercken van Hellu voirsz geheijten Ot van Asperen ende
van Vuern / een stuck uterweerts gelegen inden gericht van Hellu toe behorende totten papeliken proven
van Hellu voirsz ...
.... ende dit heeft gededingt heren Rutger Pollen
die na heren Wouter voirsz pastoer was ...
... int jair ons heren dusent vijfhondert ende sestien opten heijligen dertiendach
Bron: Familie Van Tuyll van Bulckestein , inv. 1
20-05-1518. Schepenen: Jan van Meteren Heynrick van Brienen Floris van Tuyll Jacop Pieck Cornelis van Gellichem Jan Janssen Willem Wouterssen en Jan Dirckssen
Wy Jan van Meteren Heynrick van Brienen Floris van Tuyll Jacop Pieck Cornelis van Gellichem Jan Janssen Willem Wouterssen ende Jan Dirckssen scepen in Deyll tugen dat wy na vragen des gezworen richters ons heren van Gelre in Tielreweert dair wy mede in der dingbancken van Deyll te gedinge geseten waren na aensprake ende claechte Ghijsberts de Kock van Nederinen Willemssen den Jongen op ende over Gosen van Varick als dat hi erff ende goet besit off ander in den naem van hem dat met beteren recht sijn is dan Gosen van Varicks voirscr., te weten vijff mergen lants gelegen in den gericht van Deyll geheyten den Liescamp. Ende ende had hem dat niet geruymt off bewijs dairaff gedaen ende had hem dairaen gescayt hondert gouden rijnsche gulden soe hi seyde. Ende na antwoirt Gosen van Varicks voirscr. op die voirscr. clachte soe hebben wy scepen voirscr. met enen goeden beraet te vorens dairop gehad met mede gevolch der medescepen der eninge van Tuyll eendrechtelick gewijst aen een vonnisse na scepen getuych kond ende wairheyt die wy dairaff gesien ende gehoert hebben dat joffer Margriet van Varick Gossens dochter van Varick off hoer convent den Liescamp voirscr. hebben ende gebruyken sall alsoe lange als sy geestelick blijft ende sterft sy geestelick so sal hair convent ende cloester na dode joffer Margriet voirscr. den Liescamp voirscr. hebben ende behouden eweliken ende erffeliken ende Gosen van Varick voirscr. ter onscult ende dit all ter tijt toe dan wy beter bethoen off schijn zien ende hoeren dan wy noch gesien ende gehoert hebben. In orkonde onser letteren gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert ende achtien den twentichsten dach in den meye.
(in dorso) nr. 169
Gosen van Varick
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 183 (Pag. 290)
06-01-1520. Schepenen: Henrick van Brienen en Jacop Pieck
Wij Henrick van Brienen ind Jacop Pieck scepen in Deijll tugen dat voir ons comen is Hubert Ffallkensen ind hefft vercofft ind opgedragen voir hondert pont gever penningen die gyeden dat hem betaelt zijn enen mergen lants liggende in der enige van Deijll in den gericht van Gelremalsen op den Sandacker gelegen tusschen erffenis Claes Goertsen boven ind Dirck Hermansen beneden off wye dit lant voirscr. allomme met recht naest gelant mach wesen heer Jacob van Eessden priester proest tot Zenwijnen tot behoeff des gemein convents tot Zenwijnen in enen eygendom erffelicken te hebben ind te besitten dijcksvrij tijnssvrij. Ind Hubert Ffallkensen voirscr. verteech op dit vercoffte lant voirscr. ind geloeffde dairop doen te vertijen alle diegene die daer met recht op vertijen sullen. Ind hij geloeffden heer Jacob·van Eessden priester proest tot Zenwijnen tot behoeff des gemein convents voirscr. dit lant voirscr. te waeren mit voollre waerscappen tegen alle dengenen die ten rechten comen willen ind alle voirplicht aff te doen van denselven ind all dynck sonder argelist. In oirconde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert ind tweentich op die Hillige-Drije-Coningendach.
(in dorso) nr. 149
Gelremalssen enen mergen lants
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 184 (Pag. 292)
24-04-1526. Schepenen: Henrick van Brienen en Jacob Pieck
Wij Henrick van Brienen ind Jacob Pieck scepen in Deijll tugen dat voir ons comen iss Hubert Ffallkensen ind hefft vercofft ind opgedragen voir tweehondert pont gever penningen die hij gyeden dat hem betaelt zijn twaleff mergen lants liggende in den gericht van Gelremalsen heytende die Heymantse Bauinge gelegen tussen erffenisse die ffabrijck tot Gelremalsen boven ind Cornelis Dircksen beneden off wye dit voirscr. lant allomme met recht naestgelant zij heer Jacob van Eesden pryester proest tot Zenwijnen tot behoeff des gemenen convents tot Zenwijnen in enen eygendom erffelicken te hebben ind te besitten met all sulcken dijck als dair met recht toin behoert myt vorwarden toin gedaen dat den tijns die die proest ind convent voirscr. uut den lande voirscr. gehadt hebben zall doet ind teniet zijn ind Hubert Ffalkensen voirscr. verteech op dit vercoffte lant voirscr. ind geloeffden daerop doen te vertyen alle diegene die daer met recht op vertyen sullen van zijnre wegen ind van zijns vaders wegen. Ind hij geloeffden heer Jacob van Eesden priester proest tot Zenwijnen tot behoeff des gemein convents voirscr. dit lant voirscr. te waeren van sijnre wegen ind van sijns vaders wegen met voolre waerscappen tegen alle dengene die ten rechten comen willen ind alle voirplicht aff te doen van denzellven ind allet sonder argelist. In oirconde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert ind sees-ind-twentich den vyer-ind-twentichsten dach in den apryll. etc.
(in dorso) nr. 150 Gelremalsen XII mergen
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 188 (Pag. 297)
22-04-1532. Schepenen: Johan Willemsen en Aelbert Jansen
Wij Johan Willemsen ind Aelbert Jansen scepen in Deijll tugen dat voir ons comen zijn heer Johan van Rijn ind joffrou Agata van Rijn met hoerder gecoeren mombers ind hebben vercofft ind opgedragen voir tweehondert pont gever penningen die zij gyeden dat hoer betaelt zijn dat tweedeell van zeess mergen landts liggende in den gericht van Gelremalsen geheiten die Herp daer boven naestgelegen is die gemein wetering ind beneden die gemeyn straet off wye dit voirscr. landt met recht naestgelegen zijn heer Jacob van Esden priester proest tot behoeff des convents tot Zenwinen in enen eygendom dijckvrij ind tijnsvrij erfffelicken te hebben ind te besitten. Ind heer Johan van Rijn priester ind joffrou Agata van Rijn met hoerder gecoeren mombers voirscr. ind Willem van Rijn ind Jan van Herwinen vertegen op dit landt voirscr. ind geloeffden daerop doen te vertyen alle diegene die daer met recht op vertyen zullen ind heer Johan van Rijn priester ind joffrou Agata van Rijn met hoer mombers voirscr. geloeffden heer Jacob van Esden priester proest tot behoeff des convents voirscr. dit landt voirscr. te waeren jair ind dach als recht is tegen alle diegene die ten rechten comen willen ind alle voirplicht aff te doen van denzelven. In oirconde onser litteren gegeven int jair ons Heren dusent vijffhondert ind twee-ind-dartich op ten twee-ind-twentichsten dach aprilis. (in dorso) nr. 152
Bron: Klooster Marienschoot te Zennewijnen, inv. 195 (pag. 303)